Satelliet-plaatsbepaling Met satelliet-plaatsbepaling wordt een methode bedoeld waarmee met behulp van satelliet-signalen een positie op aarde kan worden berekend. De plaatsbepaling-satellieten bewegen zich in een baan rond de aarde op zo’n 20.000 km afstand. Iedere satelliet zendt continu een radio signaal uit op een bekende golflengte. De starttijd van het uitgezonden signaal is zo nauwkeurig bekend (een satelliet heeft een atoomklok aan boord) dat de afstand naar iedere satelliet berekend kan worden met een nauwkeurigheid van minder dan 2 mm! Dus nu weten we precies waar iedere satelliet zich op elk moment boven de aarde bevindt. Interessant? Inderdaad, maar wat we willen weten is onze positie op aarde! Voor het berekenen van een positie op aarde zijn de signalen van minimaal 4 verschillende satellieten op het zelfde tijdstip nodig (er zijn namelijk vier onbekenden, te weten x, y, z en een zogenaamde klokfout). De software in de satelliet-ontvanger kan dan de afstanden naar iedere satelliet berekenen door de vertrektijd van het signaal uit de satelliet te vergelijken met de ontvangsttijd op de ontvanger.
GPS, Global Positioning System, is een stelsel van een 24-tal satellieten die in zes verschillende banen op 20.000 km boven de aarde rond draaien. GPS is in de jaren 80 ontwikkeld als navigatiesysteem door en voor het Amerikaanse leger, maar wordt inmiddels wereldwijd intensief gebruikt in civiele toepassingen. Medio 2000 heeft de Amerikaanse regering dan ook toegezegd dat zelfs in geval van oorlog de signalen vrij beschikbaar zullen blijven.
GLONASS, GLobal NAvigation Satellite System, is een stelsel van 24 satellieten ontwikkeld door en voor het Russische leger. Deze satellieten draaien op zo’n 25.000 km boven de aarde rond. Het Russische Ruimtevaart Programma heeft in de jaren 90, na de val van de muur, een stilstand gekend. Naast de Amerikaanse en Russische satellietensystemen is in Europa een zelfde soort systeem in ontwikkeling; GALILEO. GALILEO zal naast GPS en GLONASS een extra set satellieten brengen en over enkele jaren operationeel zijn. Vandaag de dag kan dus iedereen gebruik maken van zowel het Amerikaanse GPS systeem als van het Russische GLONASS systeem. Zoals gezegd zijn minimaal 4 satellieten nodig voor de bepaling van een positie. Echter in het algemeen geldt: hoe meer satellieten, hoe beter! Meer satellieten betekent een groter werkbereik, een hogere betrouwbaarheid en een betere nauwkeurigheid.
|
 |
|